De Heer Jezus – God Zelf – is zojuist in je geest gekomen.
“Ieder die de naam van de Heer aanroept, zal worden gered.” ()
Dat is er gebeurd. Zo eenvoudig is het echt.
Wil je het beter begrijpen? Open hieronder wat je wilt – of blijf gewoon roepen.
Hoe is dat gebeurd?
Wat er gebeurd is, is groter dan je nu kunt zien of begrijpen – en toch eenvoudiger dan je zou verwachten. Redding is geen proces dat je afrondt en geen beloning die je verdient; het is een Persoon die je ontvangt. Hij die je hebt aangeroepen, is aan het kruis gestorven voor je zonden en heeft het werk van de verlossing volledig volbracht. Hij werd begraven en is op de derde dag opgestaan uit de dood – en in de opstanding werd Hij de levengevende Geest. Daarom heeft Hij, op het moment dat je Zijn naam aanriep, Zichzelf in jou geblazen (): de levende Heer Jezus is in je geest gekomen. Dat is er zojuist gebeurd – geen ritueel, maar een Persoon die binnenkomt. Blijf nu Zijn naam aanroepen, en Hij wordt je leven en je alles.
Wie is de Heer Jezus?
Om dat volledig te beantwoorden, heb je een heel leven nodig. Denk aan Saulus van Tarsus. Op de weg naar Damascus maakte hij jacht op iedereen die de naam van de Heer Jezus aanriep – precies wat jij zojuist hebt gedaan. Plotseling flitste er een licht uit de hemel, en Saulus viel op de grond. Verblind en verslagen stelde hij de belangrijkste vraag van zijn leven: “Wie bent U, Heer?” Het antwoord veranderde zijn leven voorgoed: “Ik ben Jezus, die jij vervolgt.” Kijk goed naar dat antwoord. Saulus nam mannen en vrouwen gevangen op aarde – maar de Heer in de hemel zei: “Saul, Saul, waarom vervolg je Mij?” Hij had Zich zo verbonden met iedereen die Zijn naam aanroept, dat wie hen aanraakte, Hem aanraakte. Dat werd het visioen dat de rest van Paulus’ leven bepaalde: Christus en allen die Hem aanroepen, zijn verenigd tot één – Hij leeft in hen, en samen zijn zij Zijn Lichaam op aarde. “Ik heb dan ook gedaan wat me door deze hemelse verschijning werd opgedragen”, zei hij later tegen een koning (). Zo is de Heer Jezus: de almachtige God, de eeuwige Schepper, die mens werd, stierf en opstond – en die nu leeft in allen die Hem aanroepen. Hem kennen is dus niet een verre God kennen, hoog boven je, maar de God die gekomen is om in Zijn volk te wonen – en nu in jou. En omdat Hij vandaag leeft, hoort en antwoordt Hij op het moment dat je het uitroept: “Heer Jezus!”
Wat betekent het om “gered” te zijn?
Twee dingen tegelijk. Je zonden zijn weg. Je stond onder het rechtvaardige oordeel van God – “Het loon van de zonde is de dood” () – maar op het moment dat je riep, werd dat oordeel opgeheven: je bent “van de dood overgegaan naar het leven” (). En dan het grotere wonder: je hebt Gods eigen leven gekregen. Je bent wedergeboren – Zijn Geest is in je geest gekomen, en je bent een kind van God geworden (; ). Je mag de eeuwige God nu je Vader noemen, want je bent echt Zijn kind. Hij heeft de zonde weggenomen die je nooit had hoeven dragen, en je precies het leven gegeven waarvoor je gemaakt bent.
Wat is er in mij veranderd?
Alles waar het het meest om gaat. Tot nu toe was je geest – het diepste deel van jou, het deel dat voor God gemaakt is – leeg en donker. Nu woont Hij daar: je bent met Hem verenigd tot één geest, een nieuwe schepping (; ). Daarom voelt er nu al iets anders – een deel van jou dat sliep, is plotseling wakker. Je begint Hem te ervaren, met een stille vreugde en vrede die niet uit je eigen inspanning voortkomen (). Is het nog zwak? Maak je geen zorgen – het is echt, en het groeit.
Wat doe ik nu?
Ga verder zoals je begonnen bent: “Leef in eenheid met Christus Jezus, nu u Hem als uw Heer aanvaard hebt” (). Het belangrijkste is eenvoudig: blijf Zijn naam aanroepen en praat de hele dag met Hem, zoals je met een vriend zou doen. Je hebt geen lange of bijzondere gebeden nodig; wees gewoon jezelf bij Hem – “Hij geeft zijn rijke gaven aan allen die Hem aanroepen” (), op elke plek en in elke situatie. Hij is dichterbij dan je adem, en terwijl je je steeds weer tot Hem wendt, wordt Hij meer en meer je eigenlijke leven.
Ga ik echt veranderen?
Ja – maar niet doordat je harder je best doet. Toen je riep, heb je het leven van God ontvangen – Zijn eigen leven, dat Zijn hele natuur in zich draagt. Denk aan een zaadje: alles wat de boom ooit zal zijn, zit er al in, en terwijl het groeit, brengt het vanzelf die boom voort – natuurlijk, zonder inspanning. Zo laat Gods leven je, terwijl het in je groeit, als vanzelf op je Vader lijken – in leven, in natuur en in de manier waarop je leeft. En er is meer. Tot nu toe woont Hij in je geest – maar ook je hart is gemaakt om Zijn thuis te zijn. Nu verlangt Hij ernaar daar woning te maken () en Zich in elke kamer ervan te vestigen – je gedachten, je gevoelens, je keuzes – totdat wat angstig en onrustig was, “leven en vrede” wordt (). Dit is het normale christelijke leven: elke echte verandering in jou is de vrucht van Zijn leven dat in je groeit – Zijn werk, niet het jouwe. Hij is gekomen om jou Zichzelf te geven, zoals Hij Zelf zegt: “Ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid” ().
Hoe houd ik de vreugde van mijn redding vast?
Je hebt de vreugde van de redding gekregen – de vreugde dat je zonden weg zijn en dat God Zelf nu in je woont. De redding zelf kun je nooit verliezen; die is gegrond op God en zo vast als een rots, onverwrikbaar. Maar de vreugde ervan is als een tere bloem, die gemakkelijk door de wind omvergeblazen kan worden – daarom heeft ze jouw zorg nodig. Als ze minder wordt – en dat zal soms gebeuren – brengen deze vier dingen haar terug:
Belijd. Als je zondigt, belijd het dan meteen aan de Heer; Hij vergeeft en reinigt, en de wolk trekt op. (; )
Neem het Woord in je op. De Bijbel is je voedsel – bestudeer hem dus niet alleen, maar eet ervan. Neem er elke dag een beetje van en laat het je voeden; de Heer zegt Zelf: “Wat Ik gezegd heb is vol van Geest en leven” (). Begin met het evangelie van Johannes. ()
Bid. Stort je hart bij Hem uit in je eigen woorden, en blijf “O Heer Jezus!” roepen – echt gebed maakt Zijn vreugde vrij. ()
Ga niet alleen. Trek op met anderen die de Heer met een zuiver hart aanroepen; de mooiste vreugde is samen van Hem genieten. (; )
Woorden die je kunt bidden
Je hebt nooit lange of mooie gebeden nodig. Zeg deze hardop:
Om te weten dat je van Hem bent: “Heer Jezus, dank U – U hebt mij gered.” · “Heer Jezus, U bent in mij, en ik ben van U.”
Om in Zijn vreugde te blijven: “O Heer Jezus!” (altijd en overal) · “Heer, reinig mij en houd mij dicht bij U.” · “Heer Jezus, ik hou van U – vul mij opnieuw.”
Zij riepen – en Hij antwoordde
“De deur is nooit dichtgegaan. Hij gaat open, elke keer dat ik roep.”
– Peter, Spokane, VS
“…ik had eindelijk de Persoon ontmoet naar wie ik al mijn tweeëntwintig jaar had gezocht.”